Wordt Jetten een type-Rutte of meer een type-Lubbers?
In dit artikel:
Premiers ontwikkelen elk hun eigen handelwijze; bij Rob Jetten is die nog in ontwikkeling. Historisch zijn er twee herkenbare modellen: Ruud Lubbers die zich profileerde als sterke kopman en dossiers naar zich toetrok — wat leidde tot spanningen met bijvoorbeeld buitenlandminister Hans van den Broek — en Mark Rutte die juist afstand hield en ervoor zorgde dat problemen bij de betrokken ministers bleven hangen. Die tegenstelling groeide deels doordat Europese besluitvorming het premierschap belangrijker maakte.
Jetten lijkt elementen van beide stijlen te combineren. Hij heeft zes ministeriële stuurgroepen opgezet voor gevoelige dossiers zoals stikstof, asiel en woningbouw en neemt zelf de voorzittersrol op zich. Dat straalt daadkracht uit, maar brengt ook het risico dat eventuele mislukkingen aan hem worden toegeschreven. Dat risico werd zichtbaar bij de mislukte asielplannen: Jetten sprak vorige week publiekelijk over de kansen in de Eerste Kamer, maar tijdens de stemmingen stond asielminister Bart van den Brink er alleen voor. Formeel lag de verantwoordelijkheid van de wet bij Van den Brink, maar nadat de wet was verworpen kondigde Jetten aan dat het kabinet nog voor de zomer met twee nieuwe asielwetten komt — een stap die laat zien dat hij zichtbaar wil blijven.
Rutte’s langdurige premierschap beruste erop dat successen zichtbaar terugvielen op het kabinet met zijn gezicht ervoor, terwijl falen meestal bij de direct betrokken minister bleef. Dat werkte zolang hij geen symbool werd van oud beleid; die valkuil hoeft Jetten nog niet te ontlopen. Kortom: Jetten bestuurt actief en zichtbaar, maar moet balans vinden tussen leiderschap en verantwoordingspositie om niet dezelfde risico’s te lopen als voorgangers.