Wat als Trump zijn dreigement van een aanval waarmaakt? Cubaanse gemeenschap in Miami reageert verdeeld
In dit artikel:
In Miami leeft onder Cubaanse migranten een scherpe tweedeling over Donald Trumps openlijke ambitie om het Cubaanse regime omver te werpen. In Little Havana — het culturele hart van ruim een miljoen Cubanen die in de stad wonen — klinken zowel vurige oproepen tot ingrijpen als pleidooien voor vreedzame verandering. Kunstenares Ibis Piloto, die zestien jaar geleden naar de VS vluchtte, hoopt op snelle Amerikaanse actie: voor haar wegen de jaren van onderdrukking zwaarder dan het risico op geweld.
De huidige escalatie begon zich te manifesteren na de arrestatie van de Venezolaanse president Nicolás Maduro en werd juridisch omlijnd door een presidentieel decreet in januari waarin Cuba als „buitengewone bedreiging” voor de VS wordt bestempeld. Washington verwijt Havana banden met Russische, Chinese en Iraanse militaire middelen en beschuldigt het eiland van steun aan terreurorganisaties. Als drukmiddel legde de VS importheffingen op landen die Cuba olie leveren en heeft het grotendeels de olie-aanvoer uit Venezuela afgesloten. Die blokkade leidde in Cuba tot ernstige economische malaise: een vierdaagse werkweek, sluitingen van toeristische faciliteiten, stilgelegde vluchten en stagnatie van openbare diensten.
Hoewel president Trump hardop suggereerde dat hij Cuba kan „bevrijden of innemen”, wijzen analisten en lokale bewoners erop dat een invasie voorlopig onwaarschijnlijk lijkt: er is geen zichtbare troepenopbouw in de Cariben en Washington is qua geopolitieke prioriteiten sterk op de Golfoorlog tegen Iran gericht. Tegelijkertijd wijzen berichten op een tweede, diplomatieke spoor: minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio zou volgens media heimelijke gesprekken voeren met Cubaanse functionarissen waarin sanctieverlichting wordt aangeboden in ruil voor economische en politieke hervormingen. Daarmee gebruikt het Witte Huis economische druk om Cuba aan de onderhandelingstafel te dwingen, al is onduidelijk of dat uiteindelijk tot echte verandering leidt.
De politieke dimensie speelt een grote rol: Florida is met 30 kiesmannen een cruciale swing state en telt ruim 1,6 miljoen kiesgerechtigde mensen van Cubaanse afkomst. Historisch sterke anticommunistische sentimenten binnen die gemeenschap maken hen aantrekkelijk voor Republikeinse politici. Rubio, zelf zoon van gevluchte Cubanen, wordt door kenners gezien als een belangrijke architect van het harde Cubabeleid. Bovendien speelt Trumps wens naar een blijvende historische erfenis volgens sommige waarnemers mee in zijn fixatie op regimechange.
Binnen de Cubaanse diaspora klinken ook waarschuwingen. Veteranen van de mislukte Varkensbaai‑invasie in 1961, zoals Eduardo Zayas Bazán, geloven dat een nieuwe militaire aanval technisch mogelijk zou zijn, maar wijzen op de onvermijdelijke menselijke tol en pleiten voor vreedzame routes naar verandering. Socioloog Guillermo Grenier waarschuwt dat een aanval grote vluchtelingenstromen richting Florida zou veroorzaken en wijst op de moeilijke erfenis van buitenlandse regimewissels (Vietnam, Irak, Afghanistan). Anderen, zoals activistische leider Ramón Saúl Sánchez, dringen erop aan dat verandering uit Cuba zelf moet komen en formuleren een stappenplan gericht op steun aan protesten, internettoegang, een opvangplan voor het moment van regime-instorting en vrijlating van politieke gevangenen. Sánchez maakt duidelijk dat Cubanen geen nieuw buitenlands juk willen: „Wij willen niet dat de VS met Cuba doen wat ze met Venezuela deden,” luidt zijn bezwaar tegen interventiepolitiek die het bestaande machtsapparaat intact laat.
Praktisch gezien zijn de huidige sancties vooral voelbaar bij gewone Cubanen: langere stroomstoringen, beperkter openbaar vervoer en verslechterde gezondheidszorg. Het regime kan via prioritering van brandstof voor staatstaken en via handel omzeilingen nog enige tijd blijven functioneren, waardoor economische druk niet automatisch tot snelle politieke omwenteling hoeft te leiden.
De uitkomst blijft onzeker: scenario’s lopen uiteen van onderhandelde openingen van de Cubaanse economie en beperkte politieke liberalisering tot een (veld)slag met grote humanitaire en geopolitieke gevolgen. Voor veel Cubanen in Miami is de wens naar verandering sterk, maar er bestaat ook brede bezorgdheid dat militaire actie hun land en toekomst alleen maar verder zal ontwrichten. Sommigen pleiten voor terugkeer naar het engagement van de Obama‑jaren — economisch verkeer en investering die het communistische systeem van binnenuit zouden kunnen verzwakken — als veiliger alternatief voor directe militaire druk.