VVD-minister Hermans weigert loon kraamverzorgenden te verhogen en rantsoeneert de zorg

zaterdag, 4 april 2026 (09:06) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Het artikel beschrijft een scherpe kritiek op het kabinet naar aanleiding van het lopende debat over kraamzorg in Nederland. Volgens de auteur kampt de sector al geruime tijd met groeiende wachtlijsten, personeelstekorten en lage vergoedingen waardoor het beroep onaantrekkelijk wordt. VVD-minister Conny Helder/Hermans (VWS) weigert volgens het stuk extra geld vrij te maken om salarissen te verhogen; zij zou hebben gezegd dat er geen ruimte is voor structurele loonsverhogingen en dat zij niet wil ingrijpen in de verantwoordelijkheden van werkgevers.

In plaats van extra financiële middelen wil de minister een nieuwe indicatiemethodiek invoeren om kraamzorg te "rantsoeneren": beschikbare uren zouden alleen nog worden toegekend aan degenen die volgens nieuwe criteria het meest kwetsbaar zijn. In de praktijk betekent dit dat middenklasse‑gezinnen mogelijk structureel minder uren kraamzorg ontvangen, terwijl mensen met een laag inkomen of een niet-Nederlandse achtergrond voorrang krijgen. Oppositiepolitici, onder wie PVV-Kamerlid Van Meetelen, verzetten zich fel en noemen kraamzorg basiszorg die voor alle gezinnen toegankelijk moet blijven. Ook D66 en ChristenUnie tekenen kritiek aan, maar worden in het artikel van meelopen met het kabinet beschuldigd.

Het stuk benadrukt verder dat vergoedingen voor onregelmatige diensten bijzonder laag zijn (er wordt een bedrag rond de twintig euro genoemd), waardoor kraamverzorgenden financieel worden benadeeld en de zomer—wanneer de krapte traditioneel toeneemt—als een risico voor nieuwe ouders wordt geschetst. De tekst is bovendien een opinieaanval op wat de auteur het Haagse "kartel" noemt en bevat een oproep tot verzet en aanmelding bij de eigenzinnige nieuwsbron.

Extra context: kraamzorg in Nederland betreft de huisbezoeken en ondersteuning direct na de geboorte; de kwaliteit en beschikbaarheid daarvan zijn van directe invloed op de gezondheid van moeder en pasgeborene. De gepresenteerde beleidswijziging zou dus zowel praktische gevolgen hebben voor uren zorg als arbeidsmarktconsequenties voor kraamverzorgenden.