Vloekend hing ik mijn boodschappen aan mijn stuur: ik had natuurlijk rechts moeten stemmen, extreemrechts
In dit artikel:
Columniste Sylvia Witteman gaat stemmen in de Tweede Montessorischool Het Winterkoninkje, vlakbij haar favoriete bakker. Het is pauze en de kinderen maken volop kabaal; ze merkt glimlachend op dat het democratische ritueel zich middenin het alledaagse stadsleven afspeelt. Deze keer heeft ze wél haar stempas en rijbewijs bij zich en bij binnenkomst houdt een medebezoeker de deur open en roept guitig: "Lekker links stemmen, hoor!"
Witteman vraagt zich in ironische stijl af wat dat precies inhoudt — van mild links tot revolutionaire manifesten — en krijgt beide stembiljetten (gemeenteraad en stadsdeelcommissie). Ze bekennen in onbekendheid over de precieze taak van die commissies, maar stemt op gevoel voor een tamelijk linkse partij waarmee ze haar ideeën over buurtplantenbakken wel durft te delen; extreem-links vrijwilligerswerk met zelfgemaakte plantenbakken ziet ze niet zitten.
Als ze terug bij haar fiets haar boodschappentas wil pakken, ruikt ze iets vreemds: iemand heeft een halflege fles droplikeur in haar fietstas gegooid en een plakkerige, zwarte rotzooi achtergelaten. Geërgerd grapt ze dat ze misschien rechts had moeten stemmen — in een overdrijvende, cynische bui dat extreemrechts zulke mensen naar werkkampen zou sturen — en sluit af met de gelaten constatering dat ze over vier jaar weer kan stemmen.
De column is een luchtige, satirische schets van stemmen doen in stedelijke context: observaties over sociale types, onduidelijkheid rond lokale politiek en een klein, alledaags voorval dat inspeelt op haar politieke zelfspot.