Vele miljarden extra; dit zijn de defensieplannen van het kabinet

woensdag, 27 mei 2026 (17:21) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

D66, VVD en CDA spreken in hun coalitieakkoord af flink te investeren in de krijgsmacht: ze willen de nieuwe NAVO-norm van 3,5 procent van het bbp wettelijk verankeren en toe naar die norm werken. Die afspraak volgt op een besluit van de 32 NAVO-lidstaten vorig jaar in Den Haag. Het kabinet streeft naar een tussenstap van 2,8 procent in 2028 en wil in 2035 de 3,5 procent halen. Concreet betekent dit een extra uitgave van in totaal 23,2 miljard euro over 2027–2030 en vanaf 2031 structureel circa 19,3 miljard euro per jaar.

De partijen benadrukken dat de verschuiving van rust naar defensie voortkomt uit veranderde geopolitieke omstandigheden — met name de oorlog in Oekraïne en ontwikkelingen in de VS — en dat het om meer gaat dan geld: er is een mentaliteitsomslag nodig van het oude vreedzame beleid naar grotere gevechtskracht. Tegelijk roept de verhoging praktische vragen op: waar het extra geld vandaan moet komen, of het effectief kan worden besteed en of defensie de capaciteit heeft om die bedragen snel te absorberen.

Personeel krijgt prioriteit. Het akkoord zet in op een „schaalbare” krijgsmacht van minimaal 122.000 mensen. Op 1 maart werkte er bij defensie ongeveer 82.500 mensen, waaronder circa 45.500 beroepsmilitairen en 9.200 reservisten. De eerste groeistap is richting zo’n 100.000 mensen; de Defensienota 2026 moet de precieze stapsgewijze opbouw en tempo vastleggen. Om meer instroom te genereren wil het kabinet het zogenaamde dienstjaar fors uitbreiden: als eerste maatregel komt er een verplichte enquête onder jongeren, en als dat onvoldoende effect heeft wordt gedacht aan zwaardere instrumenten zoals een selectieve opkomstplicht — daarover wordt komende zomer in de Defensienota verder uitgewerkt.

Ook infrastructuur en oefenruimte staan op de agenda. Met de invoering van de Wet op de Defensiegereedheid moet regeldruk verminderen zodat de krijgsmacht sneller kan uitbreiden en realistischer kan trainen. Het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) wijst tientallen locaties aan voor munitieopslag, extra F‑35-bases en meer laagvlieggebieden. Dat programma is echter opgesteld onder de oude 2‑procentsnorm; volgens staatssecretaris Derk Boswijk maken de extra behoeften door 3,5 procent geen integraal onderdeel van het NPRD, maar wordt er wel verwacht dat een deel van de benodigde ruimte binnen het NPRD kan worden opgevangen, terwijl voor de rest aanvullende locaties gezocht moeten worden.

Tot slot willen de partijen een “defensie-innovatieautoriteit” naar Amerikaans voorbeeld oprichten, met een fonds dat kan oplopen tot circa 10 procent van het defensiebudget, gericht op technologie en innovatie. Belangrijke openstaande kwesties blijven financiering, uitvoeringstempo en het daadwerkelijk vullen van extra personeel- en materieelbehoeften in de komende jaren.