Tweede Kamer zet deur op kier voor gesprek over Franse kernwapens

woensdag, 4 maart 2026 (13:16) - NOS Nieuws

In dit artikel:

President Macron heeft maandag voorgesteld om nauwere Europese samenwerking rond kernwapens te verkennen en ook het Franse arsenaal uit te breiden. Het Nederlandse kabinet (vermeld als kabinet‑Jetten) reageerde direct positief en wil in gesprek met Frankrijk. Die houding krijgt nu brede steun in de Tweede Kamer, vooral van coalitiepartijen D66, VVD en CDA, die het initiatief zien als een manier om Europese veiligheid en nucleaire afschrikking te versterken in het licht van Russische agressie.

D66‑Kamerlid Belhirch benadrukt dat nucleaire veiligheid onderdeel is van de Europese zelfverdediging; VVD‑leider Brekelmans waardeert Macron’s intentie om Franse kernwapens meer voor de verdediging van Europa te willen inzetten; CDA’er Van Lanschot noemt de openheid van Macron een stap naar meer Europese slagkracht. GroenLinks‑PvdA reageert voorzichtiger: Kamerlid Piri vindt spreken over samenwerking interessant en wil minder afhankelijkheid van de Verenigde Staten, maar waarschuwt voor het simplistische idee dat eigen kernwapens per se veiligheid brengen. De SP is tegen: volgens Kamerlid Dobbe vergroot dit de kans op een nieuwe kernwapenwedloop en maakt de wereld onveiliger.

Wat precies wordt bedoeld met samenwerking is nog onduidelijk en moet worden uitgehandeld. Macron opperde dat “strategische middelen” tijdelijk in andere landen kunnen worden geplaatst; dat roept de vraag op of Franse kernkoppen mogelijk in Nederland zouden komen te liggen. In Nederland bestaat al lang het vermoeden — nooit officieel bevestigd — dat op vliegbasis Volkel Amerikaanse kernwapens zijn opgeslagen. Ook beschikt één squadron F‑35’s van de Koninklijke Luchtmacht over een NAVO‑nucleaire taak, wat in theorie vervoer of inzet van kernkoppen mogelijk maakt.

Concrete vormen van samenwerking die in de Kamer worden genoemd zijn gezamenlijke oefeningen, gezamenlijke onderhouds‑ of opslagfaciliteiten en strategische plaatsing. Verschillende Kamerleden wijzen erop dat veel voorstellen pas kunnen worden besproken nadat Frankrijk meer details geeft en het kabinet daarover heeft onderhandeld; daarna volgt opnieuw parlementaire betrokkenheid.