Terugkeerverordening stemt hoopvol, maar invoering is lastig
In dit artikel:
De Europese Unie wil het terugkeerbeleid voor uitgeprocedeerde en ongewenste derdelanders flink aanscherpen, omdat momenteel slechts ongeveer 20 procent van de mensen met een terugkeerbevel de EU daadwerkelijk verlaat. Aanleiding is onder meer een Nederlandse zaak: een 35-jarige Somalische man kreeg eind maart veertien weken cel voor mishandeling en het negeren van een inreisverbod, terwijl zijn verblijfsvergunning al in 2019 was ingetrokken. Hij bleef desondanks jarenlang in Nederland.
Op 17 juni stemde een ruime meerderheid van het Europees Parlement in met een nieuwe terugkeerverordening die beter moet regelen wie moet vertrekken, hoe terugkeerbesluiten worden uitgevoerd en hoe lidstaten informatie delen. De regels moeten overbelasting van het asielsysteem beperken, de rechtspositie van betrokkenen verduidelijken en herhaaldelijke procedures in verschillende EU-landen voorkomen. Ook komt er een Europees terugkeerbevel en kunnen lidstaten elkaars besluiten erkennen.
Een omstreden onderdeel is de mogelijkheid om mensen uit te zetten naar zogeheten terugkeerhubs in derde landen waarmee afspraken zijn gemaakt. Minderjarigen en gezinnen krijgen extra bescherming, maar uitzetting van kinderen wordt niet helemaal uitgesloten. De Europese Commissie benadrukt dat grondrechten moeten blijven gelden, zoals het verbod op terugsturen naar gevaarlijke landen, recht op beroep en rechtsbijstand. Tegelijk blijft onduidelijk hoe die rechten precies worden gecontroleerd, vooral buiten de EU. Volgens de auteur hangt het succes van de verordening vooral af van samenwerking met derde landen en van goede afstemming tussen EU-lidstaten.
De Oranjezomer: Econoom Jona van Loenen legt uit: waarom stijgen de benzineprijzen harder dan ze weer dalen?