Stem op een Vrouw-oprichter: 'Wij streven naar 60 procent vrouwen in de politiek'
In dit artikel:
Devika Partiman (38) richtte bijna tien jaar geleden Stem op een Vrouw op met één duidelijke missie: meer vrouwen in de politiek krijgen. Wat begon als een eenmansactie groeide uit tot een organisatie met een team van ongeveer twaalf mensen die structureel meewerken. De organisatie werkt vooral met voorlichtingsacties en het oproepen van kiezers om op vrouwelijke kandidaten te stemmen — een aanpak die recent weer zichtbaar effect had bij de gemeenteraadsverkiezingen: 36,9 procent van de nieuw verkozen raadsleden is vrouw (zonder voorkeurstemmen zou dat 32,7 procent zijn), en 504 vrouwen bereikten een zetel dankzij voorkeurstemmen vanaf onverkiesbare plaatsen.
Partiman zegt dat het doel van Stem op een Vrouw is verschoven: het gaat niet langer alleen om aantallen of om 50 procent vrouwen in de politiek. Haar ambitie is zelfs 60 procent, omdat volgens haar een simpele helft niet genoeg is om structurele verandering af te dwingen na millennia van patriarchaat. “Representatie is geen symboliek,” zegt ze — aanwezigheid bepaalt welke onderwerpen op de politieke agenda komen en wie serieus wordt genomen.
De aanleiding voor haar inzet lag deels in internationale gebeurtenissen en persoonlijke ervaringen. Tijdens een verblijf in Suriname na de verkiezing van Donald Trump zag ze een flyer met de oproep ‘Kies bewust, stem op een vrouw’, en vanuit haar werkervaring in de politiek en in activisme rond Zwarte Piet werd haar duidelijk hoe afwezigheid in de politiek kan leiden tot passiviteit ten aanzien van maatschappelijke kwesties. Ook persoonlijke situaties, zoals de ervaring met twee abortussen en het niet serieus genomen worden in een masculiene werkcultuur, versterkten haar drijfveer.
Stem op een Vrouw levert niet alleen stemmen op: de organisatie ziet ook de beperkingen van het politieke systeem zelf. Partiman wijst op praktische hindernissen die vrouwen harder treffen, zoals starre verlofregelingen bij ziekte of zwangerschap, vergaderingen zonder vaste eindtijd die het voor alleenstaande ouders en mantelzorgers onmogelijk maken, en een ongelijke verdeling van invloedrijke portefeuilletoewijzingen binnen partijen. Daarom heeft de beweging haar focus uitgebreid naar werkomstandigheden en inclusie — voorstellen variëren van geagendeerde eindtijden voor raadsvergaderingen tot de mogelijkheid om vanaf huis te stemmen bij late besluitvorming.
Regionaal zijn de verschillen groot. Amsterdam doet het volgens Partiman goed — bij de laatste verkiezingen stemde 62 procent van de kiezers daar op vrouwelijke kandidaten en de raad is redelijk divers — maar ook daar ontbreken groepen zoals mensen met een beperking, mbo-opgeleiden, heel jonge en juist oudere raadsleden. In veel andere gemeenten is de mannelijke meerderheid nog dominant; in bijna driehonderd gemeenten vormen mannen de meerderheid in de raad.
Partiman merkt ook opmerkelijke politieke tegenstand: waar vroeger vooral rechtse partijen weerstand boden, komt die nu vaker uit progressieve kringen. Critici vinden soms dat de eis van meer vrouwen “te ver” gaat of dat 50 procent voldoende moet zijn; volgens haar zijn juist deze bondgenoten cruciaal en vormt hun terughoudendheid een complicatie.
Na bijna tien jaar neemt Partiman nu een stap terug en wil een kleinere rol gaan vervullen binnen de organisatie. Ze wil een boek schrijven en verkent tegelijkertijd een persoonlijke rol in de politiek. Stem op een Vrouw blijft onder haar opvolging doorwerken aan zowel zichtbaarheid van vrouwen op kieslijsten als het veranderen van instituties die deelname voor grote groepen mensen onpraktisch of onhaalbaar maken.