Orbán na 16 jaar verslagen in Hongarije. RUG-hoogleraar Europese Politiek: 'Dit is een revolutie. Ik viel van mijn stoel'
In dit artikel:
Viktor Orbán’s zestienjarige heerschappij in Hongarije is abrupt beëindigd door een klinkende verkiezingsoverwinning van zijn rivaal Péter Magyar. Volgens de voorlopig getelde stemmen haalt Magyars partij Tisza ongeveer 138 van de 199 zetels, terwijl Orbáns Fidesz rond de 55 zetels blijft steken. De uitslag kwam zondag en leidde tot grote verbazing, ook bij Pieter de Wilde (hoogleraar Europese Politiek en Maatschappij, RUG), die zei dat dit aantoont dat democratische achteruitgang niet onomkeerbaar is.
Magyar, 45, is van huis uit afkomstig uit Fidesz en deelt veel conservatieve standpunten met Orbán, maar voerde een campagne die conflicten over migratie en lhbtiq+-thema’s mijdde. Hij profileerde zich als pro‑Europees en anticorrupt, en reisde noodgedwongen intensief door het land omdat de meeste media onder invloed van Orbán staan. Zijn veldtochten — soms meerdere toespraken per dag in dorpen en steden — en zijn openheid richting de EU speelden een belangrijke rol in de overwinning.
De zeges hebben verstrekkende mogelijkheden. Met een tweederdemeerderheid kan Magyar de grondwet wijzigen en maatregelen van het Orbán‑regime ongedaan maken, zoals aanpassingen aan het kiesstelsel die plattelandsstemmen bevoordeelden. Ook bestaat de reële kans dat hij geprobeerd EU‑steun van circa 17 miljard euro vrijgespeeld krijgt, mits hij aantoonbare hervormingen doorvoert en corruptie aanpakt. Orbán stond herhaaldelijk op gespannen voet met Brussel en blokkeerde bijvoorbeeld steun voor Oekraïne; veel Europese leiders reageren dan ook opgelucht op zijn vertrek.
Tegelijkertijd zijn de obstakels groot. Veel machtsinstrumenten van Orbán — rechterlijke instanties, media, banken en een pro‑Orbán‑president — blijven in handen van zijn vertrouwelingen. Die netwerken hebben toegang tot enorme financiële stromen en bevoordelen elkaar, wat armoede en verwaarlozing van publieke voorzieningen versterkte. Magyar staat voor een omvangrijke ‘schoonmaak’: terugbrengen van rechtsstatelijke normen en herstel van openbare diensten zoals de zorg. Dat proces is technisch en politiek zwaar, en hervormingen kunnen op tegenstand stuiten van goed gewortelde belangen.
Ook is Magyar bestuurlijk relatief onervaren; hoe hij macht gebruikt en of hij de twee‑derdemeerderheid niet zelf zal misbruiken, moet blijken. Orbán zelf is nog niet per definitie uitgeteld: hij is politiek veerkrachtig en kan proberen terug te keren, terwijl oud‑getrouwen mogelijk getuigenissen naar buiten brengen die extra onthullingen over corruptie opleveren. De Europese Unie zal een delicate evenwichtsoefening moeten maken: steun bieden om hervormingen mogelijk te maken, maar streng blijven ten aanzien van concrete rechtsstatelijke vooruitgang.