'Nuttige idioten', gebruikt door sluwe politici
In dit artikel:
Op televisie ziet de auteur een man in Loosdrecht die opgewonden reageert op berichten over een opvanglocatie voor vluchtelingen: hij verheugt zich op verder geweld en zegt dat asielzoekers er niet thuishoren. Die scène is voor de schrijver herkenbaar als het eindpunt van een veel langer proces, omdat hij al jaren werkt met slachtoffers van psychisch geweld en dwingende controle. Volgens hem begint dergelijke radicalisering zelden met openlijk fysiek geweld, maar met taal en sfeer: herhaalde verhalen over verlies, vernedering en verraad schuiven langzaam iemands grenzen op, maken anticipatie op confrontatie normaal en geven agressie betekenis.
De auteur signaleert dat dit emotionele klimaat niet uit het niets ontstaat. Politici en publieke figuren spelen een grote rol door herhaaldelijk over geweld te spreken en online subculturen te romantiseren die dominantie en vernedering verheerlijken. Hij noemt voorbeelden van politici die het woord ‘geweld’ vaak in de mond nemen en een publiciste die “sterke mannen” prijst — losse uitingen die samen echter een constante voedingsbodem vormen voor angst, boosheid en vijanddenken. Sociale media en journalistieke aandacht versterken dat effect: boodschappen worden georganiseerd op manieren die raken aan iemands behoefte aan betekenis, terwijl de afzenders zelf binnen juridische grenzen blijven en afstand houden van de daadwerkelijke daden.
Het gevolg is een keten: onderaan staan mensen die stenen gooien, vuurwerkbommen gebruiken of opvanglocaties in brand steken — de zichtbare daders. Zij zijn volgens de schrijver niet altijd puur kwaadwillig, maar vaak gevormd door het emotionele klimaat dat anderen gecreëerd hebben; ze kunnen tegelijk dader en slachtoffer zijn. Door die rolverdeling ontstaan ‘useful idiots’: mensen wiens boosheid en angst worden bespeeld, soms zonder dat ze volledig begrijpen hoe en waarom. Tegelijk benadrukt de auteur dat individuele verantwoordelijkheid niet vervalt — wie geweld pleegt blijft verantwoordelijk — maar dat de bredere verantwoordelijkheid ook bij zij ligt die systematisch de temperatuur opvoeren en later afstand nemen wanneer de escalatie publiek wordt veroordeeld.
De kernboodschap is dat geweld niet alleen stopt met het aanpakken van individuele daders; het vraagt ook aandacht voor de taal, verhalen en machtsbronnen die een cultuur van dreiging aanwakkeren. Zonder die bredere analyse blijft de samenleving kwetsbaar voor herhaling: de aanstichters parkeren zich vaak als commentatoren en laten anderen het vuile werk doen.