Lage inkomens wonen zelden in nieuwe koopwoning: 'Ook niet als die volgens overheid betaalbaar is'
In dit artikel:
CBS-cijfers laten zien dat mensen met een laag inkomen zelden in een nieuwbouwwoning terechtkomen als eigenaar, ook niet wanneer die woningen volgens het beleid betaalbaar zouden moeten zijn. Jaarlijks kopen ongeveer tweeduizend nieuwbouwwoningen door huishoudens met lage inkomens; dit zijn veelal 50-plussers die weliswaar een laag inkomen hebben maar vaak over aanzienlijke vermogens (honderdduizenden euro’s) beschikken.
Laaginkomens wonen veel vaker in nieuwbouwhuur van woningcorporaties of private verhuurders. Bij middeninkomens is de verdeling omgekeerd: meer dan de helft woont in een nieuwe koopwoning, en slechts circa 12 procent in recent gebouwde corporatiewoningen.
Het CBS onderzocht ook de verhouding woonlasten–inkomen. Huurders van private nieuwbouw besteden veruit het grootste deel van hun inkomen aan wonen; bij deze groep kan de huur oplopen tot ongeveer 41 procent van het inkomen. Huiseigenaren van nieuwbouwwoningen hebben relatief de laagste woonlasten.
De cijfers benadrukken dat betaalbaarheid volgens regelgeving niet automatisch leidt tot eigendom voor lage inkomens en onderstrepen de rol van vermogen, huurmarktprikkels en mogelijke beleidsaanpassingen richting toegankelijke sociale huur of gerichte koopsubsidies.