Cruiseschepen en hotels vol statushouders: kan het kabinet de opvangcrisis keren?
In dit artikel:
In de Merwedehaven in Rotterdam ligt al jarenlang het cruiseschip Silja Europa als tijdelijke woonplek voor honderden tot duizenden statushouders. Bewoners zoals Mohammed Najah (45) en Mohamed Ali klagen over beklemmende leefomstandigheden: kleine kamers, slechte hygiëne, één wasruimte en één eetzaal voor meer dan 2.000 mensen en zelfs meldingen van MRSA-besmettingen. Artsen waarschuwden vorig jaar al voor de gezondheidsrisico’s.
De situatie op het schip is een symptoom van een vastgelopen asielketen. Door overvolle asielzoekerscentra en tekorten op de sociale huurmarkt kunnen statushouders niet snel doorstromen naar reguliere huisvesting. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) noemt de bezetting „zeer hoog” (104%). Ongeveer 19.000 erkende vluchtelingen wachten nog op toewijzing door gemeenten, waardoor opvanglocaties langer bezet blijven en noodoplossingen zoals cruiseschepen en hotels worden ingezet.
Kosten en oplossingen spelen een grote rol in het debat. Hoogleraar Peter Boelhouwer wijst erop dat het huren van hotels en schepen de staat fors geld kost dat volgens hem beter in woningbouw voor starters besteed kan worden. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) pleit voor snelle, flexibele opstartwoningen — prefab, omgebouwde containers of kant-en-klare eenheden — en wil financiering uit de potten die nu aan noodopvang worden uitgegeven. De VNG rekent dat 18.000 statushouders in COA-opvang de staat ongeveer €71 per dag kost (ruim €466 miljoen per jaar).
Het kabinet heeft in het regeerakkoord de bouw van tijdelijke woningen opgenomen en minister Elanor Boekholt-O’Sullivan beraamt een convenant met gemeenten en woningcorporaties over het snel realiseren van flexibele locaties; dat akkoord wordt voor de zomer verwacht. COA ziet kansen in tijdelijke huisvesting voor zowel ruimte in azc’s als integratie van nieuwkomers.
Critici blijven sceptisch: Boelhouwer betwijfelt de effectiviteit van vrijblijvende afspraken met gemeenten, zeker waar lokale oppositie tegen azc’s groot is. Migratiedeskundige Jan van de Beek waarschuwt dat het vasthouden van flexwoningen voor statushouders moeilijk uit te leggen is aan Nederlanders die zelf in schaarste wonen, en benadrukt dat statushouders concurreren met starters op de huismarkt. Ook speelt de politieke discussie over het al dan niet afschaffen van voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen; het kabinet wil dat pas doorvoeren als er voldoende alternatieve huisvesting is.