Moderne CDA'er Brinkman werd toch niet de premier die Nederland de nieuwe eeuw in loodste

maandag, 31 augustus 2026 (17:45) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Elco Brinkman is op 78-jarige leeftijd overleden na een kort ziekbed. Hij werd vooral bekend als de CDA-leider onder wie de partij in 1994 haar vanzelfsprekende machtspositie verloor. Het CDA zakte bij de verkiezingen van 54 naar 34 zetels, verloor de daaropvolgende formatie en belandde voor het eerst in de oppositie.

Brinkman groeide op in het streng gereformeerde Hardinxveld-Giessendam. Na studies politicologie en staatsrecht maakte hij snel carrière bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. VVD-minister Hans Wiegel zag zijn talent en beval hem aan bij CDA-leider Ruud Lubbers. Die benoemde de 34-jarige Brinkman in 1982 tot minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Brinkman gold vervolgens als de ‘kroonprins’ van Lubbers en werd ook in diens tweede kabinet minister. In 1989 werd hij fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer.

Als bestuurder stond Brinkman bekend als energiek, ambitieus en modern, maar critici vonden hem ook moralistisch en autoritair. Hij kwam landelijk onder vuur te liggen toen hij in 1985 weigerde de PC Hooftprijs toe te kennen aan schrijver en columnist Hugo Brandt Corstius, die volgens Brinkman ministers en anderen grof had beledigd. De affaire beschadigde zijn reputatie, maar maakte geen einde aan zijn politieke opmars.

Lubbers schoof Brinkman in 1992 en 1993 nadrukkelijk naar voren als zijn opvolger, zonder de CDA-achterban daarover te raadplegen. Brinkman probeerde zich als moderne leider te presenteren door onder meer lopend te spreken tijdens toespraken, wat bekend werd als de ‘Brinkman-shuffle’. Belangrijker was zijn politieke koers. Hij keerde zich steeds nadrukkelijker tegen het centrumlinkse beleid van het derde kabinet-Lubbers, waarin het CDA met de PvdA regeerde, en pleitte voor een harde, neoliberale aanpak.

In 1992 eiste hij op Texel een einde aan het beleid van ‘pappen en nathouden’. Een jaar later sloot hij met de VVD een akkoord over een ingreep in de WAO, maar Lubbers blokkeerde dat plan. Brinkman legde zich daarbij neer, waardoor het beeld ontstond dat hij wel hard sprak, maar niet zelfstandig genoeg was om de politieke top te leiden.

Tijdens de verkiezingscampagne van 1994 maakte Brinkman een gespannen indruk. Zijn harde standpunten over uitkeringen en zijn voorstel om de AOW te bevriezen vervreemdden een deel van de CDA-kiezers. Vijf dagen voor de verkiezingen verklaarde Lubbers bovendien dat hij niet op Brinkman, maar op nummer drie Ernst Hirsch Ballin zou stemmen. Na de zware verkiezingsnederlaag stelde Brinkman zich in de formatie nog rechtser op dan VVD-leider Frits Bolkestein, waarmee hij zichzelf buitenspel zette.

Na zijn vertrek uit de landelijke politiek werd Brinkman voorzitter van Bouwend Nederland en bestuursvoorzitter van het ABP. Ondanks meerdere keren kanker te hebben overleefd, bleef hij actief. Van 2011 tot 2019 was hij fractievoorzitter van het CDA in de Eerste Kamer. Zijn memoires uit 2019 boden weinig zelfkritiek op zijn rol in het dramatische verkiezingsjaar 1994. VVD-leider Bolkestein vatte zijn politieke tekortkoming destijds samen als die van een aardige man die niet hard genoeg was om politiek leider te zijn.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen over bizarre afstandsbediening: ‘Ik heb ervoor model gestaan’