Deze bloedstollende documentaire is verplichte kost voor Nederlandse politici die zich sterk maken voor nieuwe kerncentrales
In dit artikel:
Vijftien jaar na de ramp plaatst de VPRO-tweedelige documentaire Fukushima, een kernramp van binnenuit de gebeurtenissen van 11 maart 2011 weer scherp in beeld. Een krachtige aardbeving veroorzaakte een tien meter hoge tsunami die grote delen van Japan verwoestte, ongeveer 20.000 mensen het leven kostte en voor grootschalige schade zorgde. De focus viel al snel op de kerncentrale Fukushima Daiichi: zes reactoren uit 1967 waarvan de zeewering niet opgewassen bleek tegen de vloedgolven.
De film gebruikt huiveringwekkend archiefmateriaal en ooggetuigenverslagen van technici zoals Ikuo Izawa en de Amerikaanse onderhoudsmonteur Carl Pillitteri om te tonen hoe dichtbij een nog grotere catastrofe kwam. Kortsluiting van de stroomvoorziening maakte dat koelwater niet meer circuleerde, de stralingsniveaus in controlekamers schoten enorm omhoog en de reactordruk dreigde te exploderen. Om een explosie te voorkomen moest er druk worden afgevoerd — een klus die extreem vergiftigd gas zou lekken en levensgevaarlijk was voor wie het moest uitvoeren. Twee vrijwilligers waren onderweg toen de eerste reactor ontplofte.
De film benadrukt zowel de technische uitdagingen als de persoonlijke offers van het personeel. Voor Nederlandse beleidsmakers die pleiten voor nieuwe kerncentrales is de documentaire een indringende waarschuwing: ook in een land zonder tsunami’s, maar gedeeltelijk onder zeeniveau gelegen, blijven veiligheid, noodscenario’s en menselijke risico’s cruciale aandachtspunten.