De vorige week overleden Lieke Marsman waarschuwt de achterblijvers in dit politieke tranendal
In dit artikel:
Lieke Marsmans postuum verschenen bundel De dichter en de duivel (1990–2026) verkent de politieke hel van het hedendaagse Nederland: kort na haar overlijden in 2026 verscheen dit scherpe, pamflettistische boek waarin Marsman de Nederlandse machtscultuur en het kapitalisme aanvliegt. Waar haar eerdere werk vooral draaide om ziekte, sterfelijkheid en zoeken naar zin, richt ze zich hier expliciet op politiek en maatschappelijk onrecht — een lijn die ook in haar periode als Dichter des Vaderlands zichtbaar was.
Marsman structureert haar afdaling naar ‘Onder‑Nederland’ naar het voorbeeld van Dante: meerdere ringen of afdelingen waarin zij figuren tegenkomt die de duivel verpersoonlijken — van influencers en extreemrechts tot VVD‑politici. Die ontmoetingen zijn satirisch en bijtend: managers‑ en makelaarstaal, consumptiecultuur en platformlogica krijgen het verwijt van leegheid en moraliteitstekort. In één scène werkt Marsman het idee van een digitale 'cloud' uit als plek waar 'de saldo’s van onze zielen' liggen en waarin abonnementen en influencers de menselijke ervaring commercialiseren.
Langs figuren zoals Dick Schoof, voormalig minister Gerrit Zalm en vicepremier Dilan Yeşilgöz laat Marsman zien hoe politieke keuzes, beleidsretoriek en neoliberale beslissingen persoonlijke en collectieve levens ondermijnen. Ze zet die retoriek scherp af tegen voorbeelden van dichters en schrijvers die door onderdrukking werden getroffen — namen als Charlotte Delbo, Osip Mandelstam en Natalja Gorbanevskaja fungeren als contrapunt voor de moderne machthebbers.
Poëtisch is de bundel minder ingetogen dan eerder werk: Marsman hanteert soms een toon van bewijsdrang en directe aanval boven subtiele uitbeelding. Toch werkt die onomwondenheid als waarschuwing; de bundel functioneert minder als esthetische voltooiing dan als oproep aan achterblijvers om het politieke tranendal niet klakkeloos te accepteren.
De dichter vraagt zich aan het slot af wie er eigenlijk ziek is — zijzelf of de wereld die zij achterlaat — en laat zo een nalatenschap van verontwaardiging en engagement achter. De bundel is minder een rustig poëtisch testament dan een laatste, felle confrontatie met het onrecht dat Marsman haar levenlang heeft bestreden.