De politiek is geen bedrijf, al denken veel partijen van wel

donderdag, 12 maart 2026 (11:23) - Joop

In dit artikel:

Tijdens de campagneperiode voor de gemeenteraadsverkiezingen valt op hoe politieke partijen zich steeds meer gedragen als commerciële merken: ze schakelen marketingteams in, gebruiken reclametechnieken en richten zich op emotie in plaats van op inhoud. Door termen als ‘efficiëntie’, ‘leveren’ en ‘daadkracht’ over te nemen, wordt politiek gepresenteerd als productiewerk in plaats van als collectief besluitvormingsproces.

Online platforms versterken die ontwikkeling: met tracking en microtargeting krijgen kiezers gepersonaliseerde boodschappen voorgeschoteld, waardoor manipulatie op de loer ligt en kritisch oordelen wordt bemoeilijkt. Bovendien voeren partijen permanent campagne, waardoor partijen elkaar steeds meer naar een uniforme marketingstijl bewegen en de zichtbare verschillen tussen hen vervagen.

De filosoof Hannah Arendt waarschuwde al in de jaren zestig voor een verschuiving naar politiek als mediaspektakel, waarin theater de plaats inneemt van wezenlijke politieke dialoog. Recente Europese regelgeving die politieke advertenties op sociale media verplicht moet labelen en de afzender onthullen, biedt volgens de auteur weinig soelaas: het pakt de kern van het probleem — de systematische beïnvloeding en het marktdenken in de politiek — niet aan.

Tegelijk is er een tegenbeweging: wantrouwen in traditionele politiek groeit en burgers zoeken actiefere vormen van deelname. De afgelopen vijftien jaar zijn tal van experimenten met directe democratie opgekomen; ingelote burgerberaden en via loting samengestelde burgerparlementen laten zien dat gewone mensen wetgevende rollen kunnen vervullen en voorstellen kunnen formuleren. Deze ontwikkelingen bieden perspectief op hernieuwde burgerbetrokkenheid tegenover het consumerende model van hedendaagse verkiezingscampagnes.