D66-kabinet pompt miljoenen in extra ambtenaren om woningnood op te lossen
In dit artikel:
Het kabinet trekt samen 246 miljoen euro uit om de vastgelopen woningbouw in Nederland weer op gang te brengen: 156 miljoen voor het wegwerken van een personeelstekort bij gemeenten en 90 miljoen om vergunningstrajecten te versnellen. Volgens het plan, waarvan delen al bij Haagse media circuleerden, ontstaan zo middelen om kleine gemeenten te ondersteunen waar vaak onvoldoende ambtelijke capaciteit of specialistische kennis is, waardoor complexere projecten blijven liggen.
Concreet wordt een flexibele pool van ongeveer 200–220 ambtenaren ingericht die gemeenten tijdelijk kunnen inzetten om projecten sneller door procedures te loodsen. Tegelijk zet woonminister Elanor Boekholt‑O’Sullivan in op modernisering van de bouw: automatisering, industrialisatie en mogelijk kunstmatige intelligentie moeten processen verkorten. Het kabinet streeft ernaar dat vanaf 2030 circa de helft van de nieuwbouwwoningen prefab wordt geproduceerd en op locatie wordt geplaatst.
Ook de huurmarkt krijgt aanpassingen om het aanbod te vergroten: de WOZ‑cap wordt versoepeld, het ontbreken van een tuin of balkon telt niet meer mee bij de maximale huurberekening, tijdelijke contracten voor studenten worden weer toegestaan en de regeling die nieuwbouwwoningen de eerste twintig jaar tien procent duurder mag verhuren wordt verlengd. Doel is de langlopende ambitie van jaarlijks 100.000 huizen dichterbij te brengen; men wijst erop dat het probleem vooral in trage procedures en te weinig personeel zit, niet in een gebrek aan bouwplannen.