Boa's moeten meer duidelijkheid krijgen bij hun lastige taken, vindt Tweede Kamer
In dit artikel:
De Tweede Kamer en minister van Justitie en Veiligheid, Van Weel, zijn het in grote lijnen eens over de noodzaak om handhavers buiten de politie – de circa 20.000 boa’s bij ongeveer 600 verschillende werkgevers – duidelijkere en eenduidige regels te geven. Dat bleek tijdens een recent debat waarin Kamerleden vragen stelden over hoe het nieuwe “boa-bestel” eruit moet zien en ministeriële toezeggingen vroeg.
Waarom: boa’s krijgen steeds meer taken en lopen in de praktijk tegen onduidelijkheden aan over wat ze wel of niet mogen doen. Die onduidelijkheid leidt volgens betrokkenen tot handelingsverlegenheid: bang zijn om op te treden bij conflicten of geweld omdat bevoegdheden en procedures niet helder zijn. Boa’s werden tijdens het debat in de tribune opgemerkt als belangstellende toehoorders.
Wat verandert er voorgesteld: het kabinet wil concrete regels vastleggen over welke registers boa’s mogen raadplegen om iemands identiteit te controleren, wanneer ze moeten wachten op politietussenkomst, en onder welke voorwaarden ze uitgerust kunnen worden met kort wapenstok, pepperspray of in uitzonderlijke gevallen een vuurwapen. Tevens pleit de Kamer voor een landelijke standaarduitrusting (portofoon en handboeien), met als mogelijke aanvulling bodycams en kogel- of steekwerende vesten. Ook nazorg na heftige incidenten moet landelijk geregeld zijn en mag niet van werkgever tot werkgever verschillen.
Experimenten en pilots: een meerderheid van de Kamer steunt een proef waarmee boa’s in het openbaar vervoer sneller toegang tot registers krijgen om bij geweld incidenten reizigers te identificeren; bij NS loopt al een jaarproef met wapenstok en pepperspray. In Rotterdam wordt geëxperimenteerd met boa-optreden tegen straatintimidatie; de Kamer wil snel een oordeel over de effectiviteit van die proef.
Problemen rond wapenvergunningen: zogenoemde “groene” boa’s die stroperij bestrijden kunnen in gevaarlijke situaties terechtkomen en komen daarom in aanmerking voor dienstwapens. De vergunningprocedure loopt nu via de provincie in plaats van de werkgever, wat vertraging geeft; minister Van Weel wil dit bij de provincies onder de aandacht brengen. Tot slot is er Kamerbrede steun om een neutraal landelijk uniform in te voeren zonder ruimte voor religieuze uitingen. Kortom: breed draagvlak voor meer landelijke regels, maar Kamerleden willen snelle concretisering en garanties rond uitvoering en nazorg.