BBB'er Gouke Moes (34) wil rechtszaak tegen massamigratie. 'Totaal kansloos', zegt hoogleraar
In dit artikel:
Groninger oud-minister Gouke Moes wil via een proefproces de Nederlandse “inheemse” cultuur beschermen tegen wat hij noemt massa-immigratie. Drie weken na zijn aftreden als demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap trad hij toe tot het bestuur van de Stichting Democratische Vernieuwing van filosoof Andrea Speijer-Beek. Die stichting wil de staat voor de rechter dagen en baseert zich daarbij op een VN-handvest.
Moes zegt zich zorgen te maken over migratie uit landen waarvan de cultuur volgens hem ver afstaat van de Nederlandse samenleving; hij haalde een persoonlijke observatie aan waarin zijn zoon verbaasd was dat op het Binnenhof nauwelijks Nederlands gesproken werd. De stichting vergelijkt haar aanpak met succesvolle klimaatzaken van Urgenda en Greenpeace, die overheidsbeleid aan de man brachten op grond van mensenrechten en zorgplicht.
Hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans bestrijdt die vergelijking en het juridische fundament van de zaak. Hij noemt het beroep op een VN-beginsel zonder verdere juridische basis onhoudbaar en betwist dat er sprake is van massa-immigratie: migratiestromen volgen de Vreemdelingenwet en internationale verdragen, en het regeringsbeleid ligt daarmee in lijn. Voermans noemt de actie vooral een podiumzet: “Dit is alleen voor de Bühne” en “slaat als een tang op een varken.”
Moes is een relatief nieuwe politieke speler: 34 jaar, afkomstig uit Den Ham, voormalig lijsttrekker en gedeputeerde voor BBB in Groningen en tijdelijk minister in Den Haag. Recent was hij woordvoerder van een groep BBB-leden die kritiek heeft op de koers en leiderschap van de partij, na het vertrek van Mona Keijzer en de verkiezing van Henk Vermeer. De voorgenomen rechtszaak moet nog van de grond komen; juridisch succes wordt door critici gezien als zeer onwaarschijnlijk.