Amerikadeskundige Jelte Olthof: 'Amerikaanse media profiteren én staan onder druk van Trump'
In dit artikel:
Jelte Olthof, universitair docent Amerikanistiek aan de RUG, bespreekt de veranderende relatie tussen de Amerikaanse pers en president Trump. Waar media tijdens zijn eerste termijn vaak direct reageerden op sensationele uitspraken, ligt de nadruk nu vaker op zijn beleidsbeslissingen en uitvoerende besluiten. Dat maakt constante berichtgeving belangrijk: kranten vormen de eerste, ruwe schets van de geschiedenis en spelen een cruciale rol in de democratie — iets waar ook commerciële belangen van profiteren. De New York Times zag in 2025 bijvoorbeeld 1,4 miljoen digitale abonnees bijkomen; de wereldwijde oplage nadert 13 miljoen.
Tegelijk ondervinden grote kranten en zenders steeds meer druk en interne controverse. Bij The Washington Post hebben eigenaarswisselingen geleid tot discussies over wat nog gepubliceerd mag worden, het intrekken van kritische stukken vlak voor verschijnen en maatregelen tegen een cartoonist; dat voedt de kritiek dat conservatieven wel schreeuwen over censuur maar bewaren vaak stilte over zulke redactionele ingrepen. Ook tv-netwerken zoals CNN hebben eerder geprofiteerd van de aandacht voor Trump, maar staan de laatste jaren onder druk en werden in het verleden bekritiseerd omdat ze hem juist extra zichtbaarheid gaven.
Trump zelf zaait structureel wantrouwen richting de media door kritische outlets te bestempelen als 'fake news'. Dat vergroot de kans dat aanhangers zijn informatiebronnen volgen en heeft hem meer ruimte gegeven om journalisten en organisaties de toegang te ontzeggen — een ontwikkeling die winstgevend kan zijn voor de nieuwsindustrie, maar schadelijk voor persvrijheid en publieke controle.